Het werk van Astor Piazzolla (Mar del Plata 1921 – Buenos Aires 1992) kende een hele evolutie gedurende zijn indrukwekkende carrière die getekend werd door zijn esthetisch talent en unieke stijl. Na het spelen in tweederangs tango-orkesten in Buenos Aires vanaf 1936 sloeg hij de klassieke weg in om een hoger muzikaal niveau te bereiken en vernieuwde hij met zijn eigen orkest de traditionele tango met eigen creatieve impulsen. In 1949 stopte hij bijna helemaal met tango en ging in Parijs in 1954 klassieke muziek studeren bij Nadia Boulanger. Van haar kreeg hij na het voorspelen van zijn tango TRIUNFAL de mooie aanbeveling : “Astor, uw klassieke stukken zijn goed geschreven maar de ware Piazolla is hier, laat hem NOOIT achter”. Sindsdien keerde hij terug naar zijn instrument, de bandoneon. In de VS schreef hij in 1959 zijn beroemdste werk ADIOS NONINO ter nagedachtenis aan zijn overleden vader. Met meer dan 1000 werken, geïnspireerd door een Argentijnse smaak, beïnvloedt hij nog steeds muzikanten van allerlei generaties over de hele wereld.